Brok in de keel

“Goh, nooit geweten dat hier ook spieren zitten!”, zegt zangeres X tegen me terwijl ik met mijn vingers zachtjes haar strottenhoofd naar de zijkant duw. Met zweet op haar voorhoofd was ze zojuist op mijn behandelbank geklommen, nadat ik een opfrislesje anatomie had gegeven. Deze educatie stelt zangers gerust, want een beetje zenuwen rondom het aanraken van ‘hun instrument’ kan ik me maar al te goed voorstellen.

De eerste keer dat ik met manuele facilitatie van de larynx in aanraking kwam was in 2008 tijdens een Summerschool in Barcelona. De avond ervoor hadden we ‘mucho’ genoten van de sangria en alleen al bij het zien van de hand van de docent op het strottenhoofd van een medestudent kreeg ik het Spaans benauwd. Inmiddels vind ik de aanraking van het halsgebied een stuk prettiger en het is fijn om direct erna het resultaat te merken.

manuele facilitatie vocal massageTerug naar de behandelbank: zangeres X kwam bij me met heesheidsklachten die waren ontstaan in een verkoudheidsperiode. Ze had veel gehoest en vond de heesheid hierdoor in eerste instantie niet vreemd. Toen de heesheid langer dan drie weken aanhield begon ze zich zorgen te maken. Ze merkte dat het zingen en spreken niet meer met gemak gingen en ze voelde een soort brok in de keel. Ze ging langs de KNO-arts. Deze constateerde dat de stemplooien er goed en gezond uitzagen en hij adviseerde logopedische therapie. Bij het intakegesprek gaf ze aan dat ze niet helemaal wist wat ze nu bij een logopedist kon leren, omdat ze immers zelf veel van zangtechniek weet.

Ik legde haar uit dat de spieren rondom de stemplooien gespannen kunnen raken in een periode van verkoudheid door hoesten en onbewust compensatoir stemgedrag. Meestal herstelt dit vanzelf, maar soms gaan de spieren niet meer automatisch terug naar de ontspannen stand. Ik vergelijk het weleens met het lang opgetrokken houden van de schouders, waarbij de spieren op een gegeven moment zo gevormd zijn dat het onmogelijk is de schouders weer ontspannen omlaag te krijgen. Stretchen of masseren kan dan helpen om weer de juiste vorm te vinden en van daaruit weer vrij te bewegen. Zo is het ook bij de stem. Het is lastig om ontspannen te zingen als de spieren in het gebied gespannen of verkrampt zijn en dan kan manuele facilitatie van de larynx uitkomst bieden.

“Kun je de plek aanwijzen waar je de brok in de keel voelt?”, vraag ik. Ze wijst een plek aan de linkerzijde van haar strottenhoofd aan. Ze is verbaasd dat mijn vingers binnen een paar seconden de juiste plek hebben gevonden. “Dat is mijn magische gave”, grap ik. Ik zag dat ze naar de ruimte tussen het tongbeen en het schildkraakbeen wees. Dit is een plek waar vaak een vernauwing ontstaat en ik had aan haar stemklank ook al gehoord dat haar strottenhoofd niet meer voldoende daalde bij het spreken.

Na een minuut of twintig manueel behandelen vraag ik haar overeind te komen zitten en even te testen hoe het nu voelt. Terwijl ik mijn handen was hoor ik “één, twee, één, twee” en daarna wat glissando’s uit mijn behandelkamer komen. Ze geeft aan dat haar keel ruimer voelt en dat ze geen moeite meer hoeft te doen om haar stem helder te laten klinken.

Een week later komt ze terug. Ze geeft aan dat de spanning ietwat is teruggekomen, maar dat de juiste stemtechniek ten minste weer toepasbaar is. Bovendien is ze zich bewuster geworden van de druk die ze af en toe zet bij het stemgeven. Zangeres X is nog drie keer geweest en zingt nu weer dagelijks, met haar prachtig beweeglijke strot!

Deze column verscheen in de december2017-editie van het NVZ-bulletin van de Nederlandse Vereniging van Zangpedagogen. 

Advertenties

Tekenen of niet tekenen: dat is de vraag

Deze column verscheen in de december-editie van het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

Beslissingen maken we met ons onderbewuste. Althans, zo heb ik dat eens bij een lezing van een filosoof gehoord. Waar we denken dat we beslissingen zelf maken, zouden we de beslissing eigenlijk al in ons onderbewuste gemaakt hebben met de informatie die we eerder hebben opgeslagen en is ons bewuste ‘zelf’ slechts de verslaggever. Dat er onlangs een grote beslissing genomen zou worden waarbij deze theorie duidelijk naar voren komt, wist ik ten tijde van die lezing nog niet.

Na de zomervakantie stroomden de mails weer binnen van zorgverzekeraars met de nieuwe contracten en vragenlijsten voor het jaar 2017 Ik merkte bij iedere mail dat mijn lijf verkrampte en dat ik de mail op de automatische piloot wegzette in een apart postvak om er later naar te kijken. Een krappe maand later werd ik wederom geplaagd met herinneringsmails, die ik op dezelfde wijze weer voor me uitschoof. Normaliter ben ik iemand die dingen liever gister dan morgen gedaan heeft. Nu begonnen náást de contracten ook nog de ergernissen aan mijn eigen uitstelgedrag aan me te knagen. Op een vrijdagavond in oktober besloot ik in ieder geval één knagende rat aan te pakken: mijn uitstelgedrag. Ik opende de contracten en las de eisen en tarieven voor het nieuwe jaar. Mijn mond viel wijd open en ik begon aan een nieuw hoofdstuk genaamd: ‘de serieuze twijfel over het tekenen van de contracten.’

In mijn periode van uitstellen had ik heus niet stilgestaan. Ik hield alle gerapporteerde onderhandelingsproblemen tussen collega’s en verzekeraars nauw bij. Ook keek ik vol verbazing het programma zorg.nu waarin over de niet-transparantie van de behandelindex werd gesproken. Ik las over de essentie van therapeut zijn en over intrinsieke motivatie. Ook gaf ik zelf een cursus over het belang van aandacht van behandelaar naar cliënt. Het hoofdstuk van twijfel had dus mogelijk al een voorwoord.

Hoe kwam ik van twijfel tot een beslissing? Ik maakte een lijst van alle mogelijkheden, streepte de opties weg die afvielen en bracht alle voor- en nadelen in kaart. Toch bracht me dit niet tot een besluit. Ook mijn omgeving is uiteraard geraadpleegd, al werd ik door de tegenstrijdige adviezen niet altijd veel wijzer. Hoewel Iene Miene Mutte voor mij altijd erg goed werkt in de supermarkt wanneer ik twijfel over jonge of oude kaas, leek me dit niet de geschikte methode voor een keuze als dit. Vertrouwen in mijn intuïtie bracht me dit keer zowel bij het wél tekenen (zo veel mogelijk mensen willen helpen) als níét tekenen (meer aandacht voor de behandeling in plaats van voor bureaucratie). Mijn zogenoemde onderbuikgevoel gaf me aan dat ik kwalitatief goed werk in een goed georganiseerd dossier, maar dat ik het echter prettiger vind om dit voor mij en mijn cliënt te doen dan voor een mogelijke controle als donkere wolk boven dit dossier. Ik sliep er een nachtje over. Ik sliep er nog een nachtje over en zei op een ochtend voorzichtig: “ik denk dat ik mogelijk ga besluiten om wellicht de contracten maar niet te gaan ondertekenen.” Achteraf terugkijkend had ik de afgelopen jaren al genoeg argumenten verzameld rondom de ziekte van het huidige zorgstelstel, waarin de zorgverzekeraars aan de macht staan en waar ik eigenlijk al lang niet meer aan deel wilde nemen.

Ik sliep er nog een nachtje over en belandde op een regenachtige zondag in mijn favoriete biercafé, bestelde er eentje van de tap en sprak met mijn gezelschap over weekendzaken. En toen kwam ineens, het leek wel uit het niets, de volgende zin uit mijn mond: “ik ga contractvrij werken.”

Spaans Benauwd

Deze column verscheen in de oktober-editie van het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

“No hablo Español muy bien”, zeg ik, terwijl mijn omgeving begint te lachen. Ik ben er stellig van overtuigd dat ik weer eens iets stoms gezegd heb, maar men stelt me al snel gerust: de lach bleek te zijn ontstaan doordat ik in perfect Spaans gezegd zou hebben dat ik niet zo goed Spaans spreek.  “Perfect Spaans?” Nu is het mijn beurt om hardop te lachen. Ik leg in het Engels uit dat mijn Spaans verre van perfect is. Het blijft beperkt tot Jip-en-Janneke-taal, voor zover de Spanjaarden mijn uitleg over ‘Jip-and-Janneke-Spanish’ zouden begrijpen. Even googelend zie ik trouwens dat deze twee beroemde buurkinderen in het Spaans Mila en Yaco heten. Maar goed, ik dwaal af. Ik voel me een dummie in de taal en mijn omgeving denkt dat mijn Spaans perfect is. Mijn accent lijkt een vermomming, waarmee ik onbewust iedereen voor de gek houd. Verklaart dit ook waarom ik, als ik in gebrekkig Spaans iets korts probeer te zeggen, ik meteen een monoloog van een half uur als antwoord krijg waar ik dan vervolgens maar drie woorden van versta?

In tegenstelling tot mijn Spaans is mijn Engels trouwens niet bepaald accentloos. Deze taal stamt uit mijn pre-logopedische leven en het Spaans ben ik pas drie jaar geleden gaan leren toen ik mijn vriend leerde kennen. Logisch redeneren zegt me dus dat ik deze progressie in tongval te danken heb aan mijn logopedische achtergrond. Neem bijvoorbeeld de kennis over klankvorming. Wij hebben het als Nederlanders eigenlijk ook maar makkelijk met meer dan tien klinkers, inclusief de vijf uit het Spaans. Natuurlijk zijn er bij het Spaans leren ook wat kleine uitdagingen als de C en Z, waarbij de tong interdentaal geplaatst wordt. Bij het oefenen werd me gevraagd waarom ik zo moeilijk keek bij die klanken. Zou het ermee te maken hebben dat we deze interdentaliteit in Nederland een stoornis noemen? Tot slot zijn er nog de korte en de lange tongpunt-r, die betekenisonderscheidend zijn. That’s it! Een eitje voor een logopedist om dat accent onder de knie te krijgen, al zeg ik het zelf.

Hoe goed het accent ook was, gedurende twee weken van deze zomervakantie in Spaans gezelschap had ik het gevoel dat er een stukje ‘ik’ van me afgenomen werd. Zonder de juiste woorden voelde ik me soms een soort levend standbeeld of accessoire.  Als ik mijn best deed om me in een gesprek te mengen, was ik na vijf minuten doodmoe en Spaans benauwd. Af en toe was het heerlijk om alleen op pad te gaan en een verademing als ik even in het Nederlands of Engels kon spreken. Bij deze communicatieproblemen merk ik dat ik me gemakkelijker kan verplaatsen in cliënten met logopedische problematiek. Wat doet het bijvoorbeeld met een mens om beperkt te zijn in het spreken? En in een gesprek niet te kunnen reageren wanneer en hoe je dit zou willen? Hoe voelt het om niet zelfredzaam te zijn? Wat doet dit met je identiteit en zelfwaarde?

Ondanks het vooruitzicht dat ik ooit kan zeggen “hablo Español muy bien”, merk ik dat het soms zwaar is. Ik prijs mezelf dus ook gelukkig dat ik tegen zulke drempels aanloop door een leerproces en niet door een stoornis. Deze zomer was een interessante logopedische bijscholing. Het is me immers nu wel duidelijk hoe vermoeiend het is wanneer communiceren niet vanzelfsprekend is. Mijn opstartproblemen om weer te beginnen met werken na de vakantie, waren een  stuk gemakkelijker te overwinnen door motivatie die mijn vakantie me bracht. Toevallig gelijk aan de NVLF slogan:  Communiceren is alles. Daarom logopedie.

Bekijk hier de column in PDF: Spaans benauwd.
columns-spaans-benauwd

Getagged , , , ,

Mag ik uw aandacht?

Deze column verscheen in de juli-editie van het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

Op een zonnige zaterdag in de herfst van 2011 zocht ik ontspanning in een tijd waarin ik als logopedist in een dip zat. Met de beste intenties ging ik op pad en trok het felgekleurde bos in. Ik dwong mezelf ernaar te kijken, want ik ‘moest’ immers toch kunnen genieten van dit herfsttafereel? Het lukte me voor geen meter en ik was teleurgesteld in mezelf. In plaats van te ontspannen, liep de spanning alleen maar verder op. Na verloop van tijd erkende ik simpelweg dat genieten even niet in mijn emotie-pakket zat. Ik schopte gefrustreerd tegen de bladeren op de grond en plofte boos op een bankje neer om een potje te mokken. Ineens hoorde ik iets bewegen in de bomen voor me. Ik werd nieuwsgierig, keek omhoog en zag een eekhoorntje van de ene tak naar de andere springen. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. Verder kijkend bleek het hele stuk bos in mijn blikveld gevuld te zijn met spelende, springende en verzamelende eekhoorns. De tranen rolden over mijn wangen. Er kwam een zucht van verlichting en ik voelde me ontspannen.

Dat dit een mooi metafoor voor mindfulness is, wist ik toen nog niet. In die tijd zag de binnenkant van mijn hoofd er tijdens werkdagen ongeveer zo uit: “bij de vorige behandeling had ik beter……. de volgende behandeling komt die lastige cliënte…. ik moet nog zóveel mails bijwerken…..wat moet ik ook alweer in de supermarkt halen? brood, kaas, fruit, yoghurt…. Han, doe normaal! Even concentreren!” Niet vreemd dat ik hierdoor zonder energie zat.

Tegenwoordig merk ik dat ik een hoop energie overhoud, aardiger voor mezelf ben, mijn grenzen aanvoel en meer geniet van dingen die zich aandienen. Ik heb geleerd met meer aandacht in mijn leven en werk te staan. Aandacht is, denk ik, een belangrijk ingrediënt voor een goede behandeling. Je kunt je immers maar op één plek tegelijk bevinden en het is van belang dat je zo goed mogelijk signalen van de cliënt oppakt om hierop in te kunnen spelen. Vaak krijg ik terug dat het fijn is dat ik zonder oordeel luister, hun tempo volg en rust uitstraal. Dit heeft natuurlijk een positief effect op de cliënt, die wel wat vriendelijke aandacht kan gebruiken op het moment dat ze met de dagelijkse stress de logopedische behandelkamer binnenkomen.

Jon Kabat-Zinn, grondlegger van mindfulness, zag dat een groot deel van de energie verdween door het niet-willen van pijn en het gevecht hiertegen. Hij werkte in de jaren 70 in een ziekenhuis en zag dat mensen met chronische pijn te horen kregen ‘dat ze ermee moesten leren leven’. Niemand vertelde hen echter hoe.  Met vechten tegen de pijn heb je dus een dubbel probleem: de pijn en het vechten ertegen. Bovendien is de kans aanwezig dat de pijn erger wordt door het vechten.

Al toen ik met mindfulness in aanraking kwam, merkte ik dat ik deze inzichten wilde delen. Een aantal jaren en een opleiding later, ligt mijn cursus ‘MINDFULNESS voor logopedisten’ klaar voor de start in september. Logopedisten zijn multitalenten en multitaskers. We zien veel cliënten, iedereen vraagt wat van ons en we willen het ook nog eens goed doen. Ik zie hoe collega’s worstelen met de eisen die gesteld worden van buitenaf. Het verliezen van aandacht en energie ligt dus op de loer. Toen ik laatst flink in de werkstress zat (ook na vijf jaar mindfulness ben je heus niet verlicht), besloot ik een ommetje te maken. Weer met goede intenties, maar dit keer dwong ik mezelf nergens toe. Ik merkte dat ik ontspannen raakte. Precies op dat moment zag ik een eekhoorn springen.

Lees hier de column in PDF: Mag ik uw aandacht? 

eekhoorn

Explore Your Voice

Deze column verscheen in de mei-editie van het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

Twee gemiste oproepen van een onbekend nummer en een voicemail. Blijkbaar probeerde iemand me te bereiken op deze volle vrijdag. Ik had tijdens de les van mijn opleiding tot mindfulnesstrainer mijn telefoon, heel mindful, op flight mode gezet. Thuisgekomen was het tijd om 1233 in te toetsen. Ik hoorde direct de altijd weer vriendelijke stem: “Welkom bij Voicemail! U heeft één nieuw bericht!” Ik werd nieuwsgierig. Wie zou mij gebeld hebben? Wat was er zo belangrijk? Van het bericht zelf werd ik minder vrolijk: “Mevrouw Bax, wij hebben u nu twee keer gebeld en u neemt niet op. Misschien is het beter dat u ons belt.” Een schuldgevoel kwam in me op. Ik realiseerde me dat het bericht inhoudelijk niet zo vreemd was. Natuurlijk heeft het geen zin om mij 100 keer te bellen, omdat ik niet altijd in de gelegenheid ben om op te nemen. Toch bleef het bericht me niet lekker zitten. Toen ik terugbelde, kreeg ik dezelfde dame aan de lijn. Hoewel ik van de schone leitjes ben, haalde ze binnen enkele seconden wéér het bloed onder mijn nagels vandaan. Wat is dat toch? Zij doet haar werk, draait haar protocol af en heeft misschien zelfs een telefoonscript. Tóch kan ik geen woord meer van haar horen zonder dat een lichte agressie mij bekruipt. Wat als ze hetzelfde bericht op vriendelijke toon had gezegd? Hoe zou de boodschap dan zijn aangekomen?

Slechts 7% van de communicatie wordt door woorden overgebracht, blijkt al uit oud onderzoek (Mehrabian, 1971). 55% van de communicatie vindt plaats via lichaamstaal en 38% via stemklank. Telefonisch valt het deel van de lichaamstaal weg en houd je dus een aardig asymmetrische verhouding tussen stem en taal over. Ik ervaar het belang van stemklank ook sterk als ik bijvoorbeeld de huisarts bel voor een afspraak. De ene receptionist kan me het gevoel geven dat ik haar tot last ben. Alsof ze enkel een afspraak met me maakt, omdat ze anders op staande voet ontslagen wordt. De andere receptionist kan me het gevoel geven dat ze het werkelijk een groot plezier vindt uitgerekend mij aan de telefoon te hebben en dat ze met veel liefde een plekje zoekt die ook past in mijn volle agenda. Een wereld van verschil!

Een minder vrolijk klinkende telefonist zal natuurlijk niet altijd zelf een stem- of stemmingsklacht ervaren, maar de kans is aanwezig dat er vanuit de omgeving wel klachten over ontvangen worden.  Stemcoaching kan nuttig zijn en het kan veel opleveren om (vocaal) te groeien. Ik heb bijvoorbeeld meerdere malen werklozen gecoacht die bij sollicitatiegesprekken steeds te horen kregen niet enthousiast over te komen. Het is mooi om te zien dat mensen groeien, wanneer je met hun stem aan de slag gaat. Een ontdekkingsreis met je stem kan je soms dus ook dichter bij je doelen brengen. Daarom ook mijn bedrijfsnaam: Bestemming Bereikt.

“Explore your voice. Imagine where it will take you” was de slogan van de World Voice Day 2016 op 16 april. Op het Stimmsymposium in Hamburg gaf ik samen met zangeres en zangcoach Cordula Klein Goldewijk een lezing: ‘Sing with confidence’ (Nederlandse titel: ‘Zing Zeker’). Een lezing over onze multidisciplinaire aanpak voor podiumangst en andere onzekerheidsproblematiek rondom stem.

“Explore your voice. Imagine where it will take you…” Waar zou het ons kunnen brengen als iedereen alleen nog positief gestemde intonatie in zijn boodschap bracht? Ik fantaseer over een wereld vol mensen met droombanen, podiumbeesten, vriendelijkheid, compassie en wereldvrede…. Ach, ik ben heus ook gelukkig met de kleine dingen. Ik zou al heel tevreden zijn met een prettig voicemailbericht.

Lees hier de column in pdf: Explore Your Voice Hanneke Bax

 

Verslagleggingsangst

Deze column verscheen in de maart-editie van het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

Mijn cliënte heeft het licht gezien. Dit succes vindt plaats na een behandeling gevuld met herhaling van de houdings-, stem- en ademoefeningen van voorgaande sessies. De vaardigheden integreren mooi. De cliënte geeft aan dat ze eindelijk het gevoel heeft dat ze, na jarenlang vocaal geworstel, een sprong dichter bij een goed gestemd bestaan komt. Bij het invullen van het dossier komt ineens de vraag in me op of ik deze herhaling van de oefeningen wel goed genoeg kan verantwoorden voor het geval ik een verplichte kwaliteitstoets zou krijgen. Ongelooflijk eigenlijk! Vooruitgang bij mijn cliënte, maar verslagleggingsangst bij mezelf.

Als groot voorstander van kwaliteit vroeg ik mezelf, al lang vóór de kwaliteitstoetsdreigementen vanuit zorgverzekeraars, voortdurend af hoe ik nóg beter en sneller naar het beoogde resultaat toe kon werken. Ik heb juist moeten leren om ook tevreden te zijn met mijn eigen handelen en de behaalde resultaten. Sinds de invoering van de verplichte k-toets merk ik dat het gevoel ‘mezelf te moeten bewijzen´ toeneemt.

Ik herinner me de uitkomst van een onderzoek dat ik ooit las. Vrouwen die vroeger Pippi Langkous lazen of naar haar films keken blijken nu zelfstandiger en zelfverzekerder te zijn dan vrouwen die dit niet deden. Ik kan het onderzoek niet meer vinden, maar onderzoek of niet; ik twijfel niet aan de uitkomst.

Het bestuur van het dorp waar Pippi woont vindt dat een kind niet in de maatschappij mee kan zolang ze alleen woont en geen onderwijs geniet. Dus Pippi wordt naar school gestuurd. Ze weet steeds te ontsnappen aan de ietwat domme politieagenten. Toch besluit ze op een dag naar school te gaan.
Het gaat meteen mis bij de eerste opdracht. “Hoeveel is vijf en zeven bij elkaar?”, vraagt de juf. Pippi antwoordt: “Waarom vraagt u dat? U weet dat toch zelf?” Vervolgens geeft de juf aan dat ze “wil weten wat Pippi kan” en gaat door naar de rekenles. Er komt nu een verhalende rekensom over ene Gerard die met tien munten naar schoolreisje ging en thuis kwam met twee munten. In plaats van te rekenen, zegt Pippi: “Wat een slecht voorbeeld! Deze jongen smijt met geld! Ergerlijk!” Uiteindelijk besluit Pippi dat school overduidelijk niks voor haar is en belooft terug te komen zodra ze merkt dat ze rekenen nodig heeft.

Pippi laat in mijn ogen duidelijk wijsheid, inzicht en creativiteit zien. Zij past helaas niet in het systeem. Met een vader als kapitein en negerkoning (uit de tijd dat het woord neger nog kon) leerde ze de dingen op zee die anderen in de schoolbanken leerden. De moraal van het verhaal? Het systeem doet ons soms geloven dat we niet goed genoeg zijn. Van bovenaf worden controles ingevoerd zonder dat dit echt een verbetering van kwaliteit oplevert.

Nu zijn ook de kwaliteitskringen in ‘het systeem’ gegooid. Waar kwaliteitskringen voor logopedisten voor licht, inspiratie en kwaliteit zorgden, komt men van boven nu met gedetailleerde verslagleggingseisen. Natuurlijk draait een kwaliteitskring om kwaliteit en zijn er richtlijnen nodig, maar waarom die schoolse controle? Op deze wijze heb ik het gevoel dat we onnodig tijd bezig zijn met het invullen van kwaliteitswoorden in de juiste vakjes in plaats van het actief verbeteren van kwaliteit.

Dit doet me teveel denken aan de domme agenten in het Pippi Langkousverhaal. Het liefst zou ik er, net als Pippi, voor wegrennen. Toch plaats ik vanaf nu alles braaf in de juiste vakjes. Of het er inhoudelijk beter van wordt? Ik ben daar niet van overtuigd. Zolang ik voldoening blijf krijgen van het licht dat mijn cliënt ziet, weet ik dat ik echt goed bezig ben!

Lees de PDF versie

Mijn idool

Deze column verscheen in het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

”Moeten we niet gewoon in een supermarkt gaan werken?” vroeg een vriendin en collega-logopedist aan me. Ik moest lachen, want ook bij mij komt deze gedachte zo nu en dan stiekem in me op. Vorige week zat ik na een zware werkdag met haar aan de telefoon. Heerlijk om samen lastige zaken door te spreken.

Ik weet nog dat ik, toen ik haar leerde kennen, een beetje tegen haar opkeek. Zij had net de stappen gezet die ik eigenlijk ook wel wilde zetten, maar nog niet durfde. Sinds we beiden onze eigen praktijk gestart zijn voeren we regelmatig dit soort gesprekken en het tegen haar opkijken is in de loop der tijd verdwenen. Toch betekent dit niet dat ik haar nu een fractie minder bewonder.

Deze gedachtegang bracht mij bij het woord ‘idool’. Ik zocht het woord op en vond verschillende definities waarvan ik er ter illustratie een aantal opsom: “aanbedene, voorbeeld, afgodsbeeld, persoon waar men tegenop kijkt, ideaal, ster, sportheld, persoon die bewonderd wordt”. Veel wijzer werd ik er niet van en het bracht me juist in de war. Want is ‘aanbidden’ of ‘tegen iemand opkijken’ niet iets heel anders dan ‘iemand bewonderen’?

Eigenlijk is tegen iemand opkijken sowieso een raar verschijnsel. Voor het bewonderen van iemand is het echt niet nodig om tegen hem of haar op te kijken. Zo’n gevoel betekent dat je je vergelijkt met de ander en dat die persoon bijvoorbeeld eigenschappen heeft die je zelf ook zou willen bezitten. Terugkomend bij de verschillende definities van het woord ‘idool’ is voor mij een idool iemand die je bewondert of als voorbeeld ziet. En nu betekent ‘voorbeeld’ niet meteen dat je het nadoet, maar uiteraard kan diegene je wel inspireren.

Een groot voorbeeld voor mij is Clasien. Clasien is een vrouw van rond de zeventig. Ze heeft negen keer per week een groep van gemiddeld tien mensen bij haar thuis om samen te mediteren. Een paar jaar geleden kwam ik voor het eerst bij haar en sindsdien kom ik graag. Soms één keer per week en soms een paar maanden niet. Op de vraag die ze vaak gesteld krijgt of het niet zwaar is om steeds zoveel mensen thuis te hebben, antwoordt ze: “Ik ga toch wel een uur in stilte zitten, dus dan kan ik net zo goed mensen over de vloer hebben. Bovendien is het met jullie niet hetzelfde als alleen.” Ze vraagt me iedere keer “Hanneke, wil jij een glaasje water?” Zo spreekt ze iedereen met evenveel aandacht in de pauze aan. Ik bewonder het geheugen van Clasien. Ze weet bijvoorbeeld altijd van iedereen wie wanneer met vakantie is, hoe het met hun relatie of werk gaat, op welke plek je het liefst mediteert of andere kleine dingen. Een van de belangrijkste dingen die ze aan mensen leert is om jezelf een knuffel te geven. Clasien ziet overal moois in en ze laat jou overal moois in zien. Ze maakt kopieën wanneer ze een mooi gedicht of een interessant artikel heeft gelezen en deelt deze uit. Ze maakt dan het liefst zoveel mogelijk kopietjes op één A4-tje om niks te verspillen. Die kopietjes belanden dan weer bij mij op mijn prikbord. Ik zie deze dagelijks hangen en word steeds weer door een andere tekst geïnspireerd.

Clasien als voorbeeld, mijn idool. Regelmatig hoor ik mezelf tijdens mijn werk uitspraken herhalen die ik ooit van haar heb gehoord en dan denk ik ook weer even aan haar. Toch is ze voor mij absoluut geen afgodsbeeld of goeroe. Het is gewoon Clasien. Ik kijk niet tegen haar op, maar, oh, wat bewonder ik haar en wat zou ik graag een paar eigenschappen van haar willen bezitten.

Klik hier om het artikel in pdf te lezen: Column ‘mijn idool’ van Hanneke Bax

mijn idool hanneke bax

Een leven lang leren!

Deze column verscheen in het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

In de trein hoorde ik een man van een jaar of dertig aan zijn collega vertellen dat hij de volgende dag niet op het werk zou komen omdat hij naar een bijscholingscursus moest. Hij trok er een overduidelijk zuur gezicht bij en vertelde er ook nog eens bij dat hij nog nooit een werkgerelateerde cursus had gevolgd en zéker wist dat het niks voor hem zou zijn. Als primaire reactie verslikte ik me in mijn net ingenomen slok water. Geen zin in bijscholing? Hoe is dit mogelijk? Dat zijn mijn favoriete dagen!

Soms hoor ik ook logopedisten klagen over de ´enorme´ hoeveelheid te behalen punten voor het KP  en wanneer je een ´puntenoverschot´ hebt, je deze niet mee kunt nemen naar de volgende periode.  Ik verbaas me daar stiekem altijd over. Ik zou mijn werk waarschijnlijk niet volhouden zonder verbreding, verdieping en verfrissing van mijn vak! Tijdens mijn herregistratie zat ik zonder moeite-of-moeten op minstens het dubbele van het minimaal te behalen aantal punten en had nog wel tientallen cursussen meer willen doen. Al schrijvende realiseer ik me dat ik misschien lijd aan een never-ending nieuwsgierigheid en dat ik me uiteraard ook moet bedenken dat niet iedereen hetzelfde is.

Leermogelijkheden zitten uiteraard niet alleen in cursussen; ze zijn overal wel te vinden. Deze maanden staan voor mij in het teken van het geven van een aantal lezingen en workshops op conferenties. Hoewel ik uiteraard zelf degene met kennis ben die voor een groep spreekt, duik ik altijd weer in het onderwerp en stem ik af op de voorkennis van de nieuwe groep. Ik leer daardoor zelf ook juist door iets aan anderen te leren. Ik bedacht me nog een paar voorbeelden van manieren hoe ik leer: lezen, mensen observeren in de trein,  met collega´s informatie uitwisselen, TED Talks bekijken, fouten durven maken (van fouten kun je…. leren!),  mediteren, conferenties bijwonen en uiteraard van columns schrijven.

Eén manier die ik graag nog wil toelichten is het begeleiden van een stagiaire. Vorig jaar zomer braken er voor mij wat onrustige weken aan: ik had mijn eerste stagiaire sinds de start van mijn eigen toko. Ik merkte dat ik het spannend vond. Eigenlijk was ik bang dat ze meer kennis zou hebben dan ik en commentaar zou leveren op het feit dat ik misschien niet alle methodes van A tot Z volgens het protocol uitvoer. Al snel kwam ik er gelukkig achter dat ik zeker wat te vertellen had en werd ik me ook bewust van het wederzijdse leerproces. In de periode van stagebegeleiding reflecteerde ik mijn eigen handelen nog meer. Bewust van het feit dat er iemand meekeek en door een aantal slim gestelde vragen werd ik gestimuleerd om weer even grondig na te denken waarom ik dingen op een bepaalde wijze aanpak. Doordat ik graag wil dat een stagiaire weet dat ik ook maar een mens ben, merkte ik dat ze ook open naar mij was door bijvoorbeeld voorzichtig aan te geven dat mijn SMART-doel niet volledig SMART-geformuleerd was. Je kunt inderdaad van beide kanten leren; je bent immers met andere bagage grootgebracht. Gelukkig is mijn zelfvertrouwen ook een tikje gegroeid. Ik realiseerde me opnieuw dat ik de afgelopen jaren gigantisch veel heb bijgeleerd en een enorme rugzak heb gebouwd waar ik oefeningen uit kan toveren! De tijdsinvestering van het begeleiden van een stagiaire was het me zeker waard. Ik gaf wat goeds, maar zette mezelf ook weer op scherp: ik durfde kwetsbaar te zijn en extra open te staan voor verandering en verbetering. Stagebegeleiding levert naast KP-punten ook de nodige karmapunten op. Voor mij is het leeraspect ervan een interne bijscholing waar ik graag in de trein met iemand over zou praten!

2015-10 Logopedie Column Hanneke Bax

logopedie leven lang leren hanneke bax column

Getagged , , ,

Creatief brein

Deze column verscheen in het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

Hoe zit dat nou bij mandarijntjes? Heeft een groot mandarijntje meer vitamines dan een klein mandarijntje of heeft een mandarijnenboom evenveel vitamines te verdelen per mandarijntje en zitten er dus in een groot mandarijntje evenveel vitamines als in een klein mandarijntje?
Wellicht denkt u, bij het lezen van deze vraag, dat deze vraag gesteld is door een kind. Ook als ik het zelf voor het eerst zou lezen zou ik dat denken, maar ik was er toch echt zelf bij toen deze vraag uit mijn eigen mond floepte in de pauze van een belangrijke vergadering toen ik zo’n klein oranje ding aan het pellen was. Iedereen moest lachen, maar niemand wist het antwoord.
Het is niet de eerste keer dat ik dit soort vragen in mijn hoofd heb. Zo heb ik me lange tijd afgevraagd of het waar zou zijn dat bij elke trein die vertrekt er iemand is die hem gemist heeft.

Ook van cliënten hoor ik regelmatig wonderlijke vragen of leuke conclusies. Toen ik nog veel met kinderen werkte schreef ik ze op, maar inmiddels is dat boekje ergens in de kast beland. Jammer eigenlijk, want ook volwassenen kunnen er wat van! Zo vroeg laatst iemand naar de naam van de spier waar we aan werkten. Ik antwoordde dat de desbetreffende spier ‘musculus mentalis’ genoemd wordt. De cliënt antwoordde: “ohhh, de musculus mentalis? Betekent dit dat het mentaal is?” Ik was er zelf niet op gekomen, maar het woord is mooi geanalyseerd! Zo ook een uitspraak van  mijn Spaanse vriend toen we in Brussel op een terrasje zaten en ik een café au lait bestelde. Verwonderd keek hij mij aan en vroeg: “what is a café olé?” Hoe Spaans wil je de koffie hebben?

Soms borrelen er op logopedisch gebied ook interessante vraagstukken op en fantaseer ik hoe die mogelijk tot geweldig onderzoek zouden kunnen leiden. Bijvoorbeeld of stemstoornissen meer voorkomen in culturen waarin men gemiddeld gezien luider praat. Of dat het gebit van mensen die talen spreken met interdentale klanken anders is dan dat van Nederlands sprekenden. Een interdentale klank wordt in het Nederlands immers als afwijkend gezien.
Wanneer ik dit soort vragen ventileer, word ik regelmatig raar aangekeken en wordt me gezegd dat dat weer zo’n typische Hanneke-gedachte is. Een vriendin van me zei: “Hanne, het lijkt soms wel of je van een andere planeet komt, want je komt altijd weer met een bijzondere invalshoek.” Ik besloot aan een professional te vragen of mijn brein van het afwijkende type is. Ze antwoordde lachend dat ik me geen zorgen hoef te maken en dat dit gewoon trekjes zijn van een creatief brein.

Gelukkig bleek ik niet de enige op de wereld te zijn. Het valt me ook steeds meer op dat wetenschappers over een creatief brein beschikken. Ik hoorde laatst iemand die samen met taalkundigen onderzoekt hoe een specifieke vogelsoort haar liedje leert, welke liedjes er zijn en in hoeverre ze liedjes van een andere vogelsoort over kunnen nemen. Geweldig toch?! En wat dacht je van bizarre wetenschappelijke experimenten? Uitvinders en baanbrekende wetenschappers onderscheiden zich juist door buiten de geëigende paden te durven denken.

Een tijd geleden zag ik een tekening online van een Amerikaanse logopedist die het brein van een logopedist ontleedt. We zijn multitaskexperts, opvoeddeskundigen, planningsdeskundigen, woordnerds en creatieve genieën. Hoewel ik van multitasken met name erg gestrest raak, denk ik wel dat ik over de structuur van het logopedistenbrein beschik. Vanaf nu hoef ik me bij mandarijnachtige vragen dus niet meer af te vragen of er een steekje los zit. Ik ben gewoon een logopedist!

Creatief brein

Column Creatief Brein. Klik hier om het te lezen!

Klik hier: column 2015-7

 

Getagged , , , ,

Voorzichtig met voorzichtigheid

Deze column verscheen in het blad ‘Logopedie’ van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie. 

Een vlotte jonge meid komt bij mij in de praktijk met een beginnende vorm van recidiverende noduli. Ze vertelt: “Ik ben zó voorzichtig geweest en heb zelfs al drie jaar niet meer gezongen!” Hoewel ik al luisterend naar haar stem slechts een miniatuurafwijking hoor, bestempelt ze haar stemgeluid als afschuwelijk en ze geeft aan dat spreken soms pijnlijk is. Uiteindelijk blijkt dat haar vorige behandelaar heeft aangestuurd op ‘voorzichtigheid’ met de stem. Hoewel ik alle vertrouwen heb in de juiste gedachtegang over belasting en belastbaarheid bij de stem als fragiel instrument, ben ik niet voor ‘voorzichtigheid’.

Voorzichtigheid geeft voor mij het signaal: “pas op!” Het alarmsysteem in mijn brein wordt geactiveerd en ik moet alert zijn op alles wat er mis kan gaan. Is het niet zo dat je juist iets omstoot wanneer je voorzichtig iets moet pakken? Zoekend in mijn etymologisch woordenboek zie ik dat het woord ‘voorzichtig’ komt van ‘vooruitziend’ of ‘scherpzinnig’. Dus toch een soort verscherping van alertheid (= vorm van stress) om ervoor te zorgen dat er niets naars gebeurt.

In de praktijk zie ik mensen die voorzichtig zijn gaan spreken vanwege stemklachten. Het gros merkt hierbij dat de klachten niet afnemen. Als ik hun fonatie observeer, zie en hoor ik juist door het voorzichtig spreken veel spanning. Wanneer ik ze bijvoorbeeld laat resoneren, voelen ze dat het geluid veel gemakkelijker stroomt dan bij het voorzichtig spreken.

Ik vraag er verder naar bij Simone Gouw, psychosomatisch fysiotherapeut bij het Academie Instituut in Utrecht en onderzoeker bij het RadboudUMC. Zij geeft aan te herkennen wat ik haar voorleg. Als therapeut kun je ervan uitgaan dat de gemiddelde patiënt passief is in zijn coping, gevoed door de ziektepercepties die hij of zij heeft. Dit leidt er dus vaak toe dat de patiënt uit zichzelf al ‘voorzichtig’ gaat doen. Als therapeut moet juist activeren, uitleg geven en geruststellen. Angst en bezorgdheid zitten immers in onze genen.

Een tijdje terug behandelde ik een acteur voor heesheid en globusklachten, omdat hij een zomer lang voor een voorstelling heftig had moeten blaffen. Hij had gezocht naar een logopedist met theaterervaring, omdat hij meer wilde dan stemhygiënische adviezen en ‘voorzichtig’ moeten doen, anders kon hij zijn vak als acteur dan wel vergeten. Na een periode van ontspanning en herstel heb ik hem gezond leren blaffen, waarbij je juist voorzichtigheid moet loslaten om het strottenhoofd vrij te kunnen laten bewegen. Hetzelfde geldt voor hardere en hoge klanken, zoals belten. Vanuit onze logopedische achtergrond leerden we ooit dat dit slecht is voor de stem en het wordt ook vaak als geknepen en risicovol omschreven. Terwijl ‘voorzichtig belten’ uiteindelijk het gevaarlijkst voor de stem is. Goed belten is niet slecht.

Het advies voorzichtig te moeten zijn krijgt ook een ander podiumbeest al jaren te horen. Door een verdikking op haar stembanden heeft deze professionele zangeres jaren op religieuze wijze alle mogelijke stemghygiënische adviezen toegepast. Tijdens het operatief verwijderen van deze verdikkingen bleek er een laag bindweefsel onder te zitten. Hierdoor trilden haar stemplooien helemáál niet meer vloeiend en bleef ze met een gehandicapte stem zitten. Ze is lange tijd nog bang geweest voor iedere belasting van haar stem. Gelukkig gaat ze stapje bij beetje vooruit. Toen we samen een KNO-arts voor een second opinion bezochten, kwam het verlossende woord: het stembandbeeld is stabiel! Ze mag alles doen!  Weg met de voorzichtigheid! Ze mag zingen! Ze mag belten! Ze mag optreden! Hoewel haar stem in de basis slechter is dan voor de operatie is deze stabiel en kan ze stiekem langzaam weer genieten van haar stem en: ZE MAG HET UITROEPEN!

voorzichtig met voorzichtigheid column hanneke bax

In mei verscheen de column ‘voorzichtig met voorzichtigheid’ in het vakblad voor logopedisten. Hier te downloaden!

Klik hier: column 2015-05

Getagged , , , , , ,
Advertenties
%d bloggers liken dit: